Overslaan en naar de inhoud gaan

Als de harde eis van "onomstotelijk wetenschappelijk bewijs" (het hoogste niveau van Evidence-Based Medicine) strikt en universeel zou worden toegepast op de klassieke geneeskunde, zou een gigantisch deel van de reguliere zorg direct moeten worden geschrapt. [1]

Binnen de medische wetenschap is het een bekend feit dat slechts een minderheid van alle reguliere medische handelingen stoelt op onomstotelijk, hard wetenschappelijk bewijs (zoals grootschalige, dubbelblinde, gerandomiseerde klinische studies met controlegroepen). Veel richtlijnen en behandelingen zijn gebaseerd op "expert consensus", kleinschalige observationele data of historische traditie. [1, 2, 3, 4]

De volgende grote domeinen van de klassieke geneeskunde zouden bij een dergelijke nulgrens zwaar onder vuur liggen of op de schop moeten:

1. Chirurgie en operationele ingrepen

  • Het probleem: Het is ethisch en praktisch extreem moeilijk om chirurgie "dubbelblind" te testen (waarbij de helft van de patiënten een 'nepoperatie' krijgt zonder dat de arts of patiënt het weet).
  • Wat moet op de schop?: Veel routine-ingrepen, zoals bepaalde kijkoperaties aan de knie (meniscus), ingrepen bij chronische lage rugpijn, of het plaatsen van bepaalde stents, hebben in latere "sham-studies" (nepoperaties) aangetoond nauwelijks effectiever te zijn dan een placebo. Zonder onomstotelijk bewijs zouden tal van orthopedische en chirurgische standaarden niet gefinancierd mogen worden. [1]

2. Pediatrie (Kindergeneeskunde)

  • Het probleem: Wetenschappelijk onderzoek op kinderen en zwangere vrouwen is aan zeer strenge ethische banden gelegd.
  • Wat moet op de schop?: Een enorm deel van de medicatie die in de kindergeneeskunde wordt voorgeschreven, is "off-label". Dat betekent dat de effectiviteit en veiligheid voor die specifieke leeftijdscategorie nooit officieel klinisch is bewezen; artsen extrapoleren simpelweg de dosering van volwassen data op basis van klinische ervaring.

3. Psychiatrie en Geestelijke Gezondheidszorg

  • Het probleem: De psyche laat zich niet vangen in een eenduidige biologische laboratoriumtest.
  • Wat moet op de schop?: Hoewel van psychofarmaca (zoals antidepressiva) de werking op populatieniveau is getest, is de precieze klinische effectiviteit voor de individuele patiënt vaak een kwestie van trial-and-error. Vormen van psychotherapie, praten en psychosociale begeleiding kennen een wisselend en moeilijk meetbaar effect dat zelden "onomstotelijk" te bewijzen is volgens de puur natuurwetenschappelijke standaard. [1, 2]

4. Geriatrie en patiënten met "multimorbiditeit"

  • Het probleem: Klinische studies testen medicijnen bijna altijd op relatief jonge, homogene testgroepen zonder andere ziektes.
  • Wat moet op de schop?: In de realiteit heeft een tachtigjarige patiënt vaak tegelijkertijd diabetes, nierfalen en hartproblemen. Er bestaat vrijwel geen onomstotelijk medisch bewijs voor de werking en gevaarlijke interacties van de cocktail aan medicijnen bij deze specifieke, complexe doelgroep. De geriater handelt op basis van professionele intuïtie en ervaring, niet op harde klinische proeven. [1, 2]

5. Alledaagse eerstelijnszorg (Huisartsgeneeskunde)

  • Het probleem: Veel klachten bij de huisarts zijn vaag, mild en gaan vanzelf over.
  • Wat moet op de schop?: Tal van behandelingen voor huis-tuin-en-keukenklachten — denk aan hoestsiropen, bepaalde crèmes voor milde eczeem, rustvoorschriften, of fysiotherapie bij vage spierpijn — hebben in klinische reviews (zoals die van de gezaghebbende Cochrane Library) de stempel "onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor effectiviteit" gekregen.